Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


1 Hoofdlijnen Wet- en regelgeving

1.1 Wetgevend kader, Nederlands recht

1.1.1 Recht en wet

Recht en wet
Wetgeving vormt de basis voor het veiligheidsbeleid en het milieubeleid in de bedrijven. We spreken gemakshalve van veiligheidsbeleid, maar bedoelen eigenlijk het arbeidsomstandighedenbeleid of arbobeleid, dat verplicht is op grond van de Arbowet. In deze wet wordt onder arbeidsomstandigheden de veiligheid en gezondheid van het werk verstaan. Op grond van de Wet Milieubeheer wordt een bedrijf geacht een bedrijfsintern milieubeleid te voeren. In de Schepenwet (zeevaart) en Binnenschepenwet (binnenvaart) wordt ook naar deze wetgeving verwezen.

Wetgeving en gewoonterecht
In dit hoofdstuk komen enkele algemene kenmerken van wet- en regelgeving in het Nederlandse recht aan de orde.
In de eerste plaats leest u welke soorten recht er zijn. Dat betreft de verschillende manieren om het huidige recht onder te verdelen. Zo bestaat er de tweedeling publiekrecht en privaatrecht. Het publiekrecht geeft aan wat de overheid voor burgers verplicht heeft gesteld. Het privaatrecht wat de verplichtingen tussen burgers, incl. rechtspersonen zoals bedrijven, onderling zijn. Het publiekrecht kent weer onderverdelingen die onze verplichtingen in een rechtsstaat en de rol van de overheid bepalen.
Het grootste deel van het recht is bij wet geregeld. Dat lijkt dubbel gezegd, maar er bestaat ook ‘gewoonterecht’, dat niet in wetten is vastgelegd. Er bestaat wel jurisprudentie over gewoonterecht. Voorts is het belangrijk te weten, door wie u op het niet naleven van de wet kan worden aangesproken. Omgekeerd moet u ook weten hoe u anderen zou kunnen aanspreken als die ander zijn verplichtingen niet nakomt.
In dit hoofdstuk worden voorts enkele belangrijke begrippen zoals ‘bevoegd gezag’ en ‘Nederlands grondgebied’ besproken. Ook wordt uitgelegd wat met ‘internationale wetgeving’ wordt bedoeld.

‘Iedere Nederlander’
‘Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen.’ Deze gevleugelde uitspraak geeft aan dat u zich niet erop mag beroepen dat u van een bepaald gebod of verbod geen weet had. Formeler gezegd, dat er doorgaans geen ‘verontschuldigbare onwetendheid’ bestaat. De essentie van deze uitspraak is, dat zodra u, ook al is het onbewust, de wet overtreedt, u in principe strafbaar bent. De wet geldt overigens ook voor elke buitenlander die zich op Nederlands grondgebied bevindt. In Nederland moet iedereen zich aan de Nederlandse wet houden.
Deze module heeft tot doel het probleem van de ‘onwetendheid‘ te helpen oplossen. Als leidinggevende bent u verantwoordelijk gesteld om namens de werkgever werkzaamheden goed en veilig, conform de minimum eisen van de wet, te laten uitvoeren. Deze module geeft aan welke wetgeving daarbij om de hoek kan komen kijken. Dat is vaak meer dan u denkt.

1.1.2 Soorten wetgeving

De belangrijkste onderverdeling van het Nederlandse recht is in bijgaande tabel opgenomen.

Tabel soorten wetgeving

eerste verdeling onderverdeling voorbeelden
publiek recht staatsrecht Provinciewet, Gemeentewet
strafrecht Wetboek van Strafrecht
bestuursrecht Algemene Wet Bestuursrecht
Milieubeheer
Wet op het Onderwijs
categoraalrecht Arbeidsomstandighedenwet
Wet Milieubeheer
Schepenwet
Wet vervoer gevaarlijke stoffen
Wegenverkeerswet
privaat recht burgelijk recht Burgelijk wetboek

Publiek recht
Het publieke recht beschrijft de manier waarop de overheid met de burgers (het publiek), op het bepaalde rechtsgebied omgaat.

Staatsrecht
Het staatsrecht geeft aan hoe de overheid zelf is georganiseerd en hoe zij wetten uitvaardigt. Ook provincies en gemeenten mogen wettelijke regelingen, verordeningen geheten, uitvaardigen. Die verordeningen mogen niet strijdig zijn met hogere wetgeving.

Strafrecht
In het strafrecht, met name het Wetboek van Strafrecht, wordt het overtreden van wettelijk vastgestelde normen en gedragsregels strafbaar gesteld. ‘Gij zult niet doden’, is zo’n belangrijke rechtsregel, maar ook dat men een ander geen letsel mag toebrengen, de veiligheid van staat niet in gevaar mag brengen, zonder toestemming andermans terrein betreden, etc. Het strafrecht geeft ook aan hoe burgers die in de wet genoemde delicten plegen, door het justitieel apparaat mogen worden vervolgd en gestraft. Een feit moet expliciet, dat wil zeggen met name genoemd, strafbaar zijn gesteld, anders mag het niet worden vervolgd, ook niet ‘naar analogie’.

Bestuursrecht
Het bestuursrecht geeft aan hoe de overheid zich als zorgvuldig bestuurder moet opstellen hoe burgers tegen overheidsbeslissingen bezwaar kunnen maken of beroep kunnen aantekenen. Belangrijk is dat een boete , tegenwoordig veel meer dan vroeger, ook bestuursrechtelijk in plaats van strafrechtelijk kan worden opgelegd.

Categoraal recht
Het categoraal recht betreft bijzondere gebieden van de samenleving, die door de overheid nader worden geregeld. De Arbeidsomstandighedenwet is daar een voorbeeld van. Hij geldt alleen daar waar arbeid wordt verricht. De wet geeft aan hoe werkgevers en werknemers bij het verrichten van arbeid met elkaar om moeten gaan in het realiseren van goede arbeidsomstandigheden. De Wet milieubeheer verplicht ‘een ieder’ zorg te hebben voor het milieu. De Wegenverkeerswet zegt hoe en onder welke voorwaarden iemand aan het verkeer op de openbare weg mag deelnemen.
Tenslotte is de Wet Economische Delicten een wet die zowel categoraal recht is, als strafrecht.

Privaatrecht
Het privaatrecht behandelt de rechtsverhoudingen tussen burgers, maar ook bedrijven, onderling. Als ze bij een geschilpunt er zelf niet uitkomen, kunnen ze bij de overheid, c.q. de rechter, hun gelijk halen. De overheid is daarin echter geen partij. Een rechter hoort de argumenten van beide partijen, toetst dat aan regelgeving en jurisprudentie en doet een bindende uitspraak. Ook regelt het privaatrecht hoe de onderlinge rechtsverhoudingen tussen partijen worden gewijzigd, bijvoorbeeld door het tekenen van koopcontracten, arbeidscontracten, prestatiecontracten of overdrachtscontracten. Een recent voorbeeld is de opkomst van Service Level Agreements (SLA’s). Dit zijn contracten waarmee men de ‘ingehuurde’ prestatie nauwkeuriger kan regelen. SLA’s worden bijvoorbeeld toegepast bij Beveiligingsbedrijven of Arbodienstverlening.


1.2 Werking van het recht

1.2.1 Nederlands grondgebied

Nederlandse bodem, Nederlandse vlag
Onze wetten gelden voor iedereen (natuurlijk persoon of rechtspersoon) die zich op Nederlands grondgebied (territorium) bevindt. Ze gelden dus ook voor Nederlandse vestigingen van buitenlandse bedrijven. Zeeschepen (en luchtvaartuigen) onder Nederlandse vlag gelden ook als Nederlands grondgebied. Het maakt daarbij niet uit of ze zich in buitenlandse havens of internationale wateren (dan wel in het luchtruim) bevinden.

Territoriaal gebied
Echter elk schip, dus ook een buitenlands schip, dat de Nederlandse territoriale wateren binnenkomt moet zich qua gedrag, ongeacht zijn vlag, aan toepasselijke Nederlandse regelgeving houden. Daarbij is belangrijk vast te stellen wat wel of niet tot de interne zaken van het schip (de eigen vlag) behoort. Omgekeerd zal een Nederlands schip dat in buitenlandse territoriale wateren vaart of daar een haven binnenloopt, zich aan de lokale buitenlandse regelgeving moeten houden.

Vreemde vlag
Een buitenlands schip blijft buitenlands grondgebied, dus Nederlandse arbeidswetgeving is afgezien van de hierna genoemde uitzonderingen, daarop niet van toepassing. Het binnenvaren van een haven, het laden en lossen van een schip, het plegen van onderhoud en reparatie is wel gebonden aan de lokale wetgeving. Een slechte staat van het schip of een dubieuze lading kan bijvoorbeeld leiden tot een verbod de territoriale wateren binnen te varen of een haven aan te doen. Een soortgelijke benadering geldt ook voor luchtschepen (o.a. vliegtuigen), waar eveneens het land van registratie de nationaliteit bepaalt.

Off-shore
Platforms op het Nederlandse continentale plat, het z.g. off-shore gebied, behoren tot het Nederlands grondgebied.

1.2.2 Toepasselijkheid

Op 1 feit meerdere wetgeving toepasselijk
Op eenzelfde gebeurtenis, zoals een ongeval, kunnen meerdere wetten tegelijk van toepassing zijn. Het ongeval kan zowel onder de Wegenverkeerswet, de Arbowet als de Wet Milieubeheer vallen en op grond van deze wetten tot strafrechtelijke vervolging leiden. Daarnaast kan het ongeval ook een civielrechtelijke aansprakelijkstelling door een ‘tegenpartij’, zoals een schadeclaim, opleveren.

Normadressant
Degene tot wie de wetgever zich richt, wordt de normadressant genoemd. Wie dat is of wie dat zijn, staat aan het begin van de wet, meestal artikel 1, vermeld, en maakt duidelijk op wie de wet van toepassing is, bijvoorbeeld in de Arbowet de werkgever en de werknemer en in de Schepenwet zijn de kapitein en de eigenaar belangrijke normadressanten.

1.2.3 Karakter publieke wetgeving

Verschil tussen Arbowet en Milieuwetten
De systematiek in de publieke wetgeving verschilt nogal. Bovendien moet men bij het raadplegen van wetgeving altijd vast stellen wie door de wetgever als normadressanten zijn aangemerkt. Anders is die wetgeving niet van toepassing.
De Arbowet richt zich bijvoorbeeld tot de normadressanten werkgever en de werknemer, niet tot particulieren. Het gaat om situaties waar arbeid onder gezag wordt verricht. Op zelfstandigen, zonder personeel (zzp’ers), is een deel van de Arbowet van toepassing waaronder de regels die betrekking hebben op ernstige risico’s. Veiligheid en gezondheid van personen (werknemers en derden), op en nabij de arbeidsplaats is het onderwerp van zorg. Veilig werken in de privé-situatie, zoals in en om het huis, valt dus ook niet onder de Arbowet. Thuis mag men een onveilige ladder gebruiken, op het werk niet.
De milieuwetten richten zich in principe tot iedereen, bedrijf en particulier. De normadressant is hier ‘een ieder’. Binnen de milieuwetgeving kan in bepaalde gevallen wel onderscheid worden gemaakt naar verschillende normadressanten. In de Wet milieubeheer is er een deel: ‘Bescherming van mens en milieu’ bij het bedrijfsmatig handelen (bedrijven of inrichtingen) en een deel ‘Bescherming van mens en milieu’ bij het particulier handelen (huishoudens, e.d.). De milieuwetten gaan dus over zowel bedrijfsmatig handelen als over privé-situaties in en om het huis.

Gebod en verbod
Milieuwetten hebben het karakter van ‘het is verboden, tenzij …' (verbodswetgeving), terwijl arbeidswetgeving het karakter heeft van ‘het is toegestaan, mits …’ (gebodswetgeving). Dat levert respectievelijk bepalingen op in de trant van: ‘u mag niet lozen’ (verbod) en ‘u zult veilig werken’ (gebod).


1.3 Niveaus van wetgeving

1.3.1 Wetgevingspiramide


Wetgeving bestaat doorgaans uit een drieluik, gevormd door drie niveaus van wetgeving. Dat zijn: niveau 1. Wet, niveau 2. Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en niveau 3. Ministerieel Besluit of Regeling (MB of MR). Wat de Tweede Kamer belangrijk vindt laat ze bij wet regelen, de details mogen op lager niveau, buiten de Kamer om, worden ingevuld. Als uitsluitend de hoofdzaken bij wet worden geregeld, wordt dat ook wel een raam- of kaderwet genoemd. Bovengenoemd drieluik wordt ook wel de wetgevingspiramide genoemd.

Raamwet, Algemene Maatregel van Bestuur, Ministerieel Besluit
Bij de ‘arbo’ leidt dit tot het samenhangende drietal: Arbowet, Arbobesluit en Arboregeling. Bij de zeevaart is dit Schepenwet, Schepenbesluit en Regelingen via Bekendmakingen aan de Scheepvaart. Voor publieke veiligheid is dat bijvoorbeeld de Brandweerwet, het Brandweerbesluit en bijbehorende Ministeriële regelingen.
In sommige juridische handboeken komt men onderaan in de piramide ook nog het niveau ‘beleidsregels’ tegen. Een beleidsregel is echter geen echte wetgeving en wordt daarom ook vaak met de term ‘pseudo-wetgeving’ aangeduid.

1.3.2 Beleidsregels

De overheid is zich ervan bewust dat wetgeving moeilijk leesbaar en lastig te begrijpen kan zijn. Om de burger daarin tegemoet te komen heeft de overheid beleidsregels uitgevaardigd. Dit zijn richtsnoeren voor handhaving en vervolging. Hierin wordt aangegeven op welke wijze de normadressant aan wetgeving zou kunnen voldoen. Dit is geen absolute verplichting, maar bij afwijking van de beleidsregel moet men kunnen aantonen dat de eigen invulling van de wet gelijkwaardig is met hetgeen in de beleidsregel staat vermeld.
Tot 1 januari 2007 gold deze situatie ook voor de Arbowet en onderliggende besluiten. Sinds 1 januari 2007 is de Arbowet zodanig aangepast, dat voortaan werkgevers en werknemers in gezamenlijk overleg tot afspraken kunnen komen op welke wijze men aan de Arbowetgeving invulling wil geven. Deze afspraken worden vervolgens vastgelegd in een zogenaamde arbocatalogus. Arbocatalogi op brancheniveau kunnen vervolgens ter goedkeuring aan de Arbeidsinspectie (AI) worden aangeboden. Indien de AI de arbocatalogus goedkeurt, vervallen de relevante beleidsregels en treden de afspraken in de Arbocatalogus ervoor in de plaats.
Indien er geen arbocatalogus op brancheniveau bestaat gelden alsnog de beleidsregels, Men verwacht echter dat branches gebruik zullen maken om op het gebied van arbeidsomstandigheden afspraken te maken, die aansluiten bij de praktijk. De bedoeling is dan ook dat per 1 januari 2010 alle beleidsregels in het kader van de Arbowet zullen komen te vervallen (zie verder opmerking onder paragraaf 2.2.1 ).

1.3.3 Wetgevende machten

Bevoegd gezag
In onderstaande tabel is per niveau aangegeven welke overheden bevoegd zijn wettelijke regelingen uit te vaardigen.

Wettelijk niveau overheidsorgaan
Wet regering + volksvertegenwoordiging
Algemene maatregel van bestuur, AMvB regering
Ministeriële regeling, MR minister
Provinciale verordening Provinciale Staten
Gemeentelijke verordening Gemeenteraad

De term ‘bevoegd gezag’ komt men niet alleen bij de wetgevende macht, maar ook bij de handhavende macht tegen.

1.3.4 Regelgeving van lagere overheden

Regelgeving lagere overheden
Lagere overheden kunnen aan bedrijven en burgers ook verplichtingen opleggen. Die regels mogen overigens niet strijdig zijn met landelijke wetgeving. Verdere inperking en aanvulling van landelijke wetgeving is echter wel mogelijk.
In elke regio heeft men te maken met provinciale en gemeentelijke verordeningen, bijvoorbeeld een Havenverordening. Elke gemeente kent zijn plaatselijke milieuverordeningen. Die moeten op de landelijke milieuwetten zijn gebaseerd.
Elke gemeente mag bijvoorbeeld zelf bepalen waar vanaf de rijksweg de ‘Route Gevaarlijke Stoffen’ (bolletje/pijltje) op haar grondgebied loopt. Dit is derhalve te beschouwen als een beperkende maatregel opgelegd door de lokale overheid, die gedekt moet zijn door landelijke wetgeving. Lokale overheden hebben met name op milieugebied veel regelgeving vastgesteld.

1.3.5 Internationale ‘wetgeving’

De term ‘internationale wetgeving’ dekt de lading niet helemaal, omdat internationale wetgeving in feite niet bestaat. Het gaat om internationale afspraken met een bepaald bindend karakter voor de deelnemende landen. Bepalend is wat er uiteindelijk in de afzonderlijke nationale wetgevingen is vastgelegd. Het is van belang te weten welke internationale organisaties in het leven zijn geroepen om ‘internationale afspraken’ voor te bereiden. De publicaties van die organisaties vormen ‘vandaag’ de voorbode van hetgeen ‘morgen’ ook nationale wetgeving zal zijn.
Daarbij dient men een onderscheid te maken tussen intergouvernementele en supranationale organisaties.
Een intergouvernementele organisatie, zoals de International Maritime Organization IMO, laat de soevereiniteit van een land ongemoeid. Het land is vrij om een afspraak al dan niet te ondertekenen, c.q. wel of niet mee te doen met (nieuwe) afspraken. Supranationale organisaties, zoals de Europese Unie EU, bezitten bevoegdheden die de soevereiniteit enigszins aantasten. De afspraken worden opgelegd en de regeringen hebben zich daaraan te houden. Er zijn sancties mogelijk als een land in gebreke blijft.

Wereldwijd
Binnen de Verenigde Naties zijn diverse internationale intergouvernementele organen ingesteld die met de lidstaten bindende afspraken maken. Twee belangrijke zijn de IMO en de ILO. Het deelnemende land moet de afspraken daarna nog wel in de eigen wetgeving opnemen. Het kan nuttig zijn te bepalen of een bepaald land waar het bedrijf projecten gaat uitvoeren, zich ook aan deze internationale afspraken gecommitteerd heeft. Voor de zeevaart is de International Maritime Organization IMO belast met het opstellen van richtlijnen voor veiligheid en milieu op zee. Bij de IMO is het overigens al zo, dat bepaalde afspraken bij verstek bindend kunnen worden. Als een land niet heeft gereageerd, wordt de afspraak automatisch na een afgesproken termijn van kracht.
Voor veiligheid bij de arbeid houdt de International Labour Organization ILO zich bezig met regels op te stellen. Daarnaast heeft de ILO tot taak het vrije ondernemerschap in alle aangesloten landen te promoten.
Bedrijven die buiten Nederland opereren hebben vaker met deze internationale organisaties te maken dan bedrijven die uitsluitend binnenlands opereren. Elk land heeft zijn eigen manier om de internationale afspraken in de nationale wetgeving op te nemen. Daardoor zijn er over eenzelfde onderwerp kleine verschillen per land mogelijk.


1.4 Rol overheid

De overheid vervult bij wet- en regelgeving drie verschillende taken:

  • Wetten uitvaardigen.
  • Toezicht en handhaving.
  • Opsporing en vervolging.

Deze rollen, die ook wel als wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtsprekende macht worden onderscheiden, zijn strikt gescheiden (Trias Politica). Met name de rechterlijke macht behoort onpartijdig en onafhankelijk te zijn.

1.4.1 Wetgevende macht

De rol van de overheid als wetgevende macht is hierboven beschreven. Wetten en regels worden door het parlement vastgesteld. In principe zal wetgeving met terugwerkende kracht een uitzondering zijn. Zeker als het gaat om strafbaarstelling. De meeste wetten hebben een aanlooptijd van meerdere jaren voordat ze uiteindelijk aangenomen worden, uitvoeringsbesluiten vergen een kortere tijd van meerdere maanden.

1.4.2 Handhaving

Inspectiediensten zien erop toe dat wetten worden nageleefd. Ze kunnen een waarschuwing geven of meteen een boete uitschrijven of proces verbaal opmaken. Wie zich niet aan de wet houdt zal in principe strafbaar zijn. Het kan gaan om lichte en zware delicten, respectievelijk overtredingen en misdrijven genoemd. Overtredingen worden meestal met een boete afgedaan, misdrijven doorgaans met een gevangenisstraf. Dat iemand straf verdient zal eerst overtuigend bewezen moeten worden.
Bij het toezicht op de naleving is er onderscheid tussen twee typen handhavers. Ten eerste de ambtelijke toezichthouders (inspectiediensten) en ten tweede de (bijzondere) opsporingsambtenaren (boa’s). Deze laatstgenoemde beschikken over speciale bevoegdheden, die toezichthouders niet hebben. Toezichthouders kunnen proces verbaal opmaken en bekeuringen uitschrijven. Opsporingsambtenaren kunnen personen staande houden en in bewaring zetten.

1.4.3 Vervolging

In het recht komen kernachtige gezegdes voor die de grote lijn aangeven, maar echter niet in alle gevallen waar behoeven te zijn. Als eerste noemen we: ‘Geen schuld, geen straf’. Straf mag pas worden opgelegd, als schuld door de aanklagende partij is aangetoond. De verdedigende partij kan ook aantonen dat hij geen schuld had.
Een andere is: ‘Wie eist, bewijst’. Dat heeft voornamelijk betrekking op het civiel recht. De uitzondering noemen we ‘omgekeerde bewijslast’. Echter ook in de vervolging door het Openbaar Ministerie zullen overtredingen en misdrijven aangetoond moeten worden.

1.4.4 Openbaar Ministerie, OM

Handhaving en Opsporing
De overheid, in het bijzonder het Ministerie van Justitie, maakt onderscheid tussen handhaving (inspectie) en opsporing. Handhaving controleert of alles goed gaat. Opsporing gaat uit van overtredingen en misdrijven die moeten worden vastgesteld. Voor de handhaving zijn vele specifieke inspectiediensten in het leven geroepen.
Voorbeelden zijn: Arbeidsinspectie, Inspectie Verkeer en Waterstaat (w.o. voormalige Scheepvaartinspectie), Inspectie Gezondheidsbescherming (voorheen Keuringsdienst van Waren). Deze specifieke inspectiediensten zijn ook belast met de opsporing van strafbare feiten. Een bijzondere opsporingsambtenaar (boa) beschikt over veel ruimere bevoegdheden dan een toezichthoudende ambtenaar. Hij mag iemand staande houden, alsook ophouden voor verhoor en in verzekering laten stellen.
Doorgaans heeft het publiek te maken met zowel handhavers als inspectiediensten, die over een beperkte opsporingsbevoegdheid beschikken. Het openbaar ministerie, het OM, heeft tot taak opgespoorde strafbare feiten voor de rechter te brengen.

Verwijzing algemeen:
Openbaar Ministerie

1.4.5 Rechtszekerheid, bezwaar en beroep

Bezwaar en beroep
Vele wetten kennen procedures om tegen overheidsbeslissingen bezwaar of beroep aan te tekenen. Deze procedures moeten voldoen aan richtlijnen van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Hof van Justitie
In Europa kan men nog een beroep doen op het Hof van Justitie (Luxemburg), althans indien Europese regelgeving in het geding is. Met name als een burger vindt dat het nationale recht in strijd is met de Europese regelgeving, of onjuist is toegepast. Een lidstaat van de Europese Unie (EU) mag geen nationale regelgeving hebben uitgevaardigd die strijdig is met de EU-regels.

Regelgeving in het buitenland
Nederlanders die zich op buitenlands grondgebied bevinden hebben met de aldaar geldende wetgeving te maken. Zij kunnen in dat andere land vervolgd, opgepakt, ingesloten, verhoord en berecht worden volgens het daar geldende rechtssysteem. Men kan in het buitenland niet zomaar worden vervolgd als men zich op Nederlandse bodem (zeeschip) bevindt.


1.5 Verantwoordelijkheid, aansprakelijkheid

Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid zijn twee nauw verwante begrippen. Verantwoordelijk is men voor goede gang van zaken, dus ook voor het navolgen van de wettelijke verplichtingen.
Aansprakelijk is men, of kan men zijn, wanneer het mis is gegaan of wanneer men zich niet aan wetgeving heeft gehouden. Dat kan tot tot schade of letsel hebben geleid. Door overtreding van een regel, zonder directe gevolgen, is men al strafbaar. Ook tijdelijke hinder, zoals het veroorzaken van lawaai, kan tot veroordeling leiden.

1.5.1 Delicten of strafbare feiten

Strafrecht, overtreding, misdrijf
In de wetgeving dient te zijn opgenomen welke feiten strafbaar zijn gesteld. Strafbaar gestelde feiten kunnen als een overtreding of als misdrijf worden aangemerkt. Overtredingen zijn minder ernstig en leiden meestal tot een boete. Misdrijven leiden doorgaans tot een gevangenisstraf.
Soms heeft de wetgever een koppeling met andere wetgeving gemaakt. Een strafbaar feit in bijvoorbeeld de Arbowet kan als ‘economisch delict’ worden aangemerkt en verder op grond van de Wet economische delicten worden bestraft.

Bestuurlijke boete
Een bestuurlijke boete kan worden opgelegd via de toezichthoudende instantie (bijvoorbeeld Arbeidsinspectie). Dit gebeurt dan zonder tussenkomst (veroordeling) van de rechter. Tegen een boetebeschikking kan bezwaar worden aangetekend.

1.5.2 Civiele aansprakelijkheid

Niet alleen de overheid kan (rechts)personen aansprakelijk stellen. Deze rechtspersonen kunnen dat onderling ook doen voor de civiele rechter. Dan is er sprake van civiele aansprakelijkheid.
Zij doen dan een beroep op bepaalde onderdelen van het Burgerlijk Wetboek, zoals Arbeidsrecht of het Verbintenissenrecht. Met name gaat het hier om arbeidscontracten en aannemingscontracten.

1.5.2.1 Zorgplicht werkgever

Door een arbeidscontract aan te gaan heeft de werkgever een zorgplicht t.o.v. de werknemer, die soms verder gaat dan in de Arbowet is gesteld. Een werknemer die beroepshalve schade of letsel heeft opgelopen kan op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn werkgever daarvoor aansprakelijk stellen. Dat staat los van eventuele overtredingen van de Arbowet. Geconstateerde overtredingen (boete of straf) dragen wel bij aan de kracht van de aansprakelijkstelling. De werkgever zal op grond van het BW moeten aantonen, dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan.

1.5.2.2 Contractuele aansprakelijkheid

Contract werkgevers onderling
Wanneer partijen een contract sluiten zijn zij gehouden de vastgelegde afspraken na te komen. De meeste contracten bevatten voorwaarden over het naleven van de Arbowetgeving of gaan vergezeld van algemene voorwaarden waarin ze zijn opgenomen. Daarnaast zijn er contracten van aannemers met onderaannemers, waarin voorwaarden over arbeidsomstandigheden bijna altijd zijn opgenomen. Aan deze voorwaarden worden wel eisen gesteld.

Wettelijke verantwoordelijkheden niet overdraagbaar
De uitvoering van bepaalde wettelijke verplichtingen kan d.m.v. een overeenkomst aan andere partijen worden overgedragen. De aannemer blijft, als normadressant, echter strafrechtelijk en bestuursrechtelijk (eind)verantwoordelijk.

Verwijzing algemeen:
SDU Wettenbank

waterbouw/vgm_handboek_1_1.txt · Laatst gewijzigd: 2014/07/06 11:44 door henk