Gebruikershulpmiddelen

Site-hulpmiddelen


8 Overige wetgeving

8.1 Raakvlakken veiligheid en milieu

Voor veiligheid en milieu zijn er enkele raakvlakken met andere wetten, zoals:

  • Wet Economische Delicten.
  • Vervoerswetgeving: Wegenverkeerswet, Gevaarlijke stoffen.
  • Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid, onderzoek ongevallen.

Deze wetten worden in dit hoofdstuk beknopt besproken.

8.2 Wet Economische Delicten (WED)

De Wet economische delicten (WED) verbiedt ‘oneerlijk gewin’ uit bedrijfsmatige activiteiten te behalen. Enkele nalatigheden binnen de Arbowet, worden als ‘economisch delict aangemerkt. Hiervoor gelden de veel strengere strafmaten van de WED. Onder meer door het economische gewin terug te vorderen. Nieuwe machines moeten geluidarm zijn. Als een bedrijf een goedkoper, maar minder stille machine heeft aangeschaft, kan dat leiden tot verbeurd verklaring machine, en/of het beboeten met een geldboete van 1 – 4 keer het ‘gewin’ (verschil tussen de prijs van een stille en lawaaiige machine). Ook hechtenis behoort tot de mogelijkheden.

8.3 Wegenverkeerswet (Wvw)

De Wegenverkeerswet (1994), in werking getreden 1 juli 1996 en laatst gewijzigd per 1 september 2001, regelt de deelname aan het verkeer op de openbare weg. Er worden eisen gesteld aan de voertuigen en de rijvaardigheid. Er worden onder meer verkeersregels en verkeerstekens afgesproken, die in aparte besluiten zijn opgenomen.

Raakvlak Arbowet
De Arbowet stelt op (niet-openbare) bedrijfsterreinen, waar werknemers en mobiele arbeidsmiddelen aanwezig zijn, de instelling van een bedrijfsverkeersreglement verplicht. Aanbevolen wordt daarmee zo dicht mogelijk bij de Wegenverkeerswet te blijven.

Beroepshalve
Werknemers kunnen in de situatie zijn, dat zij beroepshalve aan het verkeer deelnemen of beroepshalve werkzaamheden op of langs de weg uitvoeren. Het maakt voor de Wegenverkeerswet geen verschil in welke hoedanigheid een persoon, beroepshalve of particulier, aan het verkeer deelneemt. Hij wordt persoonlijk op door hem gemaakte overtredingen aangesproken. Wel kan hij een boete op zijn werkgever proberen te verhalen. De werkgever is verplicht maatregelen te treffen, zodat Veilig werken langs de weg mogelijk is.

Kapstokartikel
In de Wegenverkeerswet (hoofdstuk 2 par. 1) is een kapstokartikel over het verkeersgedrag opgenomen:

  • Wvw art 5 Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

N.B. deze verplichting betreft dus zowel de deelnemers aan het verkeer, als de niet-deelnemers, kortom ‘een ieder’.

Iemand die niet aan het verkeer deelneemt, maar bijvoorbeeld in adamskostuum in zijn tuin staat, kan met dit gedrag het verkeer hinderen en overtreedt daarmee de Wegenverkeerswet. Op dat gedrag is uiteraard ook andere regelgeving op van toepassing. Werkzaamheden die nabij de weg worden uitgevoerd, kunnen ook het verkeer hinderen. Denk daarbij aan stofproductie, rookontwikkeling, hinderlijk licht en spectaculaire afleidende activiteiten.

Overtredingen
Verkeersovertredingen en veroorzaakte ongevallen tijdens werktijd zijn primair ten laste van de bestuurder van het voertuig. Echter de aansprakelijkheid van de werkgever voor het handelen van zijn werknemer (BW boek 6 art. 170-1) kan hier ook van toepassing zijn. Hiertoe zal de werknemer de werkgever civielrechtelijk aansprakelijk kunnen stellen. De benadeelde partij zal vaak direct de werkgever aansprakelijk stellen, omdat schadeverhaal dan de meeste kans van slagen heeft.

8.4 Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs)

Toepasselijkheid
De Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) 1995, in werking 1 augustus 1996, is van toepassing op bedrijfsmatig vervoer van gevaarlijke stoffen. Omdat veel vervoer grensoverschrijdend is, is dit mede gebaseerd op verschillende internationale afspraken, welke in nationale regelingen zijn opgenomen.

Wet Vervoerstak Nationaal Internationaal
Wvgs Regeling ‘spoor’ spoor VSG RID
Wvgs Regeling ‘weg’ Weg (land) VLG ADR
Wvgs Regeling ‘binnenwater’ binnenwateren VBG ADN
Wvgs Regeling ‘Rijn’ Rijn ADNR ADNR
Schepenwet zee HGS IMO-codes
Luchtvaartwet lucht ICAO ICAO

Het Besluit Vervoer Gevaarlijke stoffen behandelt de eisen die gesteld worden aan de indeling en verpakking van gevaarlijke stoffen, de belading (incl. scheidingsregels) van voer- en vaartuigen, de ladingdocumenten. Op het vervoerdocument moet de klasse van de stof, gevolgd door de modaliteit staan vermeld.
Bijvoorbeeld salpeterzuur klasse 8 VLG/ADR, cijfer xx.
Bepaalde eisen voor het wegvervoer zijn opgenomen in de Wegenverkeerswet, zoals de route gevaarlijke stoffen, de tunnelcategorieën.

Beroepsmatig vervoer
De verplichtingen van de Wvgs zijn ook van toepassing als in de kofferbak van een personenauto gevaarlijke stoffen bedrijfsmatig worden vervoerd. Dat kan betekenen, dat de personenauto niet aan de uitrustingsvereisten van het VLG voldoet. De uitrusting van een schip, inclusief onderhoudsmateriaal in de categorie gevaarlijke stoffen, valt niet onder de Wvgs. Het vervoer van deze gevaarlijke stoffen naar dit schip echter wel.

8.5 Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid (2005)

Doel/taak OVV
Het onderzoeken van rampen en ernstige ongevallen werd vóór 2005 per deelgebied op verschillende manieren opgepakt. Voorheen was er de Raad voor de Transportveiligheid voor onderzoek naar transportongevallen. Defensie stelde zelf onderzoek in als er zich een ongeval voordeed bij een van de krijgsmachtonderdelen. Voor overige ernstige ongevallen en rampen was onafhankelijk onderzoek niet wettelijk geregeld en werden tot nu toe ad-hoc-commissies ingesteld. Bijvoorbeeld voor de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam.
Met de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid is wettelijk bepaald dat rampen en ernstige ongevallen integraal worden onderzocht door één organisatie. In de wet is vastgelegd dat de Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV) een zelfstandig bestuursorgaan is. Onder de Raad valt nog geen zeevaart. Dit zal naar verwachting in 2008 gebeuren. De Raad voor de Scheepvaart blijft dan wel voortbestaan voor het tuchtrecht.


Doel van de OVV: onderzoek naar oorzaken van ernstige ongevallen in het vervoer. Nadrukkelijk beoogt de Raad geen schuldigen vast te stellen, alleen maatregelen aan te bevelen om herhaling te voorkomen.
De Raad beschikt over vergaande bevoegdheden, zoals in de beslagname van bewijsmateriaal (videobanden, voertuigen), het verhoren van personen. De Raad opereert naast en onafhankelijk van de politie die eventueel het strafrechtelijk onderzoek doet.
Het besluit onderzoeksraad voor veiligheid kent een meldingsplicht van bepaalde ongevallen met Nederlandse schepen (Bovv, art. 9). Afgezien van overige meldingsplichten dient kapitein en de exploitant van het schip deze te melden aan de OVV te Den Haag.

Verwijzing algemeen:
Onderzoeksraad


Meldplicht ongeval
Een kapitein en de exploitant van een Nederlands zeeschip zijn verplicht een ongeval te melden waarbij dodelijk of ernstig letsel of schade van betekenis aan een schip, aan het mariene milieu, aan een mijnbouwinstallatie of aan infrastructuur is veroorzaakt. Dit geldt uitsluitend indien het ongeval plaatsvindt:

  • op volle zee of;
  • in Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie of in wateren onder andere dan Nederlandse jurisdictie, indien een ongeval schade van betekenis aan het mariene milieu heeft veroorzaakt of indien uit een ongeval lering valt te trekken.

Voor andere schepen dan zeeschepen is er een meldingsplicht voor de kapitein en de exploitant van een schip in geval van een scheepvaartongeval varende in de Europese wateren onder Nederlandse jurisdictie.
De definities van dodelijk letsel en ernstig ongeval zijn uitgebreid vastgelegd en gaan veel verder dan de Arbowet. Daarmee is ook de meldplicht veel uitgebreider.

Dodelijk letsel
Onder dodelijk letsel wordt verstaan (Bovv art 1 lid g ): letsel door een persoon bij een ongeval opgelopen, dat binnen dertig dagen na het tijdstip van het ongeval de dood tot gevolg heeft.

Ernstig letsel
Onder ernstig letsel wordt verstaan (Bovv, art 1h) : letsel door een persoon bij een ongeval opgelopen, dat:

  1. opneming in een ziekenhuis gedurende meer dan 48 uur vereist, welke aanvangt binnen zeven dagen na het oplopen van het letsel, of
  2. de breuk van een bot tot gevolg heeft, uitgezonderd enkelvoudige breuken van vingers, tenen of de neus, of
  3. gepaard gaat met scheurwonden die ernstige bloedingen of beschadigingen van zenuwen, spieren of pezen veroorzaken, of
  4. gepaard gaat met letsel aan een inwendig orgaan, of
  5. gepaard gaat met tweedegraads of derdegraads brandwonden of brandwonden over meer dan 5% van het lichaamsoppervlak, of
  6. gepaard gaat met geconstateerde blootstelling aan besmettelijke stoffen of schadelijke straling.

Uit bovenstaande valt een duidelijk verschil met de meldingsplicht van de Arbowet te constateren. Dodelijk is in de Arbowet bij of vrijwel onmiddellijk na het ongeval; ernstig is blijvend letsel of ziekenhuisopname binnen 24 uur.

Meldnummer RvTV
Meldnummer voor (ernstige) ongevallen en incidenten:
0800 – 6353 688 of met lettertoets 0800 – meldovv

Deze meldplicht aan de Onderzoeksraad geldt zowel voor de kapitein als de exploitant van een schip. Als de ene persoon niet heeft gemeld, kan daardoor een andere persoon in gebreke worden gesteld.

Verwijzing naar wettelijk kader:
Wovv art 28 en 29
Bovv art 9

8.6 Bouwbesluit

Alles wat gebouwd gaat worden of reeds is gebouwd, is onderworpen aan het Bouwbesluit 2003, een uitvoeringsbesluit van de Woningwet 1992. De term Woningwet is enigszins misleidend. De wet handelt niet alleen over woningen, maar over alle bouwwerken. Ook de gebouwen en bouwwerken, waarop, waarin of waarbij bedrijfsmatige activiteiten worden verricht, vallen onder het Bouwbesluit.

8.6.1 Bestaande bouw en nieuwbouw

Het Bouwbesluit is zeer systematisch ingericht. Het kent regels voor bestaande bouw en regels voor nieuwbouw. De regels voor bestaande bouw zullen allengs worden opgetrokken naar de regels voor de nieuwbouw en dienen als overgangsregeling te worden beschouwd.

Functies
Een gebouw mag alleen worden gebruikt in overeenstemming met zijn functie. Op het functioneel gebruik is de bouwvergunning toegekend en eventueel een gebruiksvergunning afgegeven. Verandering van gebruik en verandering van functie is niet toegestaan zonder aangepaste vergunning. De volgende functies worden onderscheiden:

8.6.2 Functie van een bouwwerk

In totaal zijn er 12 categorieën (11 gebouwfuncties + restgroep) opgesteld, conform onderstaande tabel.

Gebruiksfunctie bouwwerkToelichting
1 Woonfunctie;
• woonfunctie van een woonwagen
• andere woonfunctie
woonwagens waren en blijven onder het Bouwbesluit;
woningen en woongebouwen vallen in de andere categorie
2 Bijeenkomstfunctie Vergadercentra, schouwburgen, maar ook een vergaderzaal in een kantoorgebouw
3 Celfunctie Huizen van bewaring, gevangenissen en politiecellen
4 Gezondheidszorgfunctie Ziekenhuizen, poliklinieken
5 Industriefunctie; lichte industriefunctie, andere industriefunctie
6 Kantoorfunctie Kantoorgebouwen
7 Logiesfunctie Hotels, overnachtingsgelegenheden
8 Onderwijsfunctie Scholen
9 Sportfunctie Sporthal, fitnesscentrum
10 Winkelfunctie Warenhuizen, winkels
11 Overige gebruiksfuncties:
• overige gebruiksfunctie voor het personenvervoer met een gebruiksoppervlakte van meer dan 50 m2;
• overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen gelegen onder het meetniveau;
• andere overige gebruiksfunctie

Stations

Parkeergarages


12 Bouwwerk geen gebouw zijnde bruggen, viaducten, tunnels, etc.
hooiberg ombouw
carport open tribune
hoogspanningsmast

8.6.3 Het begrippenarsenaal

De definities van het Bouwbesluit zijn drastisch gewijzigd qua aantal en inhoud. Het begrip ‘woning’ wordt niet meer gehanteerd, wel het abstracte begrip ’woonfunctie’. In een en hetzelfde gebouw kunnen meerdere functies zijn ondergebracht. Een ‘woning’ met ‘praktijk aan huis’ is dus een gebouw met een woonfunctie en een kantoorfunctie. In een kantoorgebouw (spraakgebruik) zitten bouwtechnisch gezien tenminste een kantoorfunctie, bijeenkomstfunctie (bedrijfsrestaurant, vergaderzalen), mogelijk een sportfunctie (fitnessruimte), of een overige gebruiksfunctie (parkeergarage), opgenomen.
Voorts is er bijvoorbeeld een nieuw begrip subbrandcompartiment toegevoegd tussen de bestaande begrippen brandcompartiment en rookcompartiment. Het lastige onderscheid tussen vluchtmogelijkheid, vluchtweg en vluchtroute is verdwenen en vervangen door een enkel begrip vluchtroute, met de aanduiding of die tevens rookvrij en/of brandvrij moet zijn.
Een gebouw is een specifiek begrip uit de Woningwet, annex Bouwbesluit, en gedefinieerd als een bouwwerk dat voor mensen toegankelijk is en tevens overdekt moet zijn. Dus het Feijenoord stadion (open tribunes) is een bouwwerk en het Ajaxstadion (overkapping) is een gebouw.
Elk bouwwerk moet aan het Bouwbesluit voldoen. Daarvoor is een restgroep geschapen, dus bijvoorbeeld voor viaducten, tunnels of hoogspanningsmasten, die nu in de categorie ‘Bouwwerk geen gebouw zijnde’ vallen.

Verwijzing algemeen:
Arbodienst

Verwijzing naar wettelijk kader:
Bouwbesluit 2003


Verwijzingen

waterbouw/vgm_handboek_1_8.txt · Laatst gewijzigd: 2014/04/16 16:28 (Externe bewerking)